web analytics

Carillon Roosendaal speelt extra rond herdenking bevrijding

Rond de officiële herdenking in Roosendaal op 30 en 31 oktober zal stadsbeiaardier Toni Raats het carillon van de St. Jan feestelijk laten klinken met muziek rond het thema ‘bevrijding’.

Dat is op woensdag 30 oktober van 14.30 tot 15.30 (na officiële herdenking op het Kadeplein), op woensdag 30 oktober van 19.00 uur tot 20.00 uur (voorafgaande aan ‘Vier de vrijheid’ in Parottia) en op donderdag 31 oktober van 19.00 tot 20.00 uur (voorafgaande aan het Bevrijdingsconcert in schouwburg de Kring).

Uit 1966Het carillon in Roosendaal is een instrument dat in 1966 tot stand gekomen is als teken van na oorlogse wederopbouw en het iedere dag vieren van de vrijheid. Het carillon is vanuit de Roosendaalse gemeenschap met behulp van gemeente en sponsoren tot stand gekomen. Vroom en Dreesman speelde daarin een belangrijke rol. Het carillon staat in een Nederlandse traditie van 500 jaar muziek maken op klokken. Iedere maandag vanaf 14:00 uur is er de traditionele marktbespeling.

Vijand verslagen
Een klok (482 kg en toonhoogte a1) die in 1959 door Petit en Fritsen is vervaardigd, genaamd de Norbertusklok draagt niet voor niets als opschrift: ‘Nu de vijand is verslagen luid ik weer mijn levensdagen’. Deze klok dient als basisklok voor de beiaard. Hij vervangt een in 1715 door Willem Witlockx te Antwerpen gegoten klok die in 1943 werd gevorderd en niet terugkeerde. De Norbertusklok verwijst met haar naam naar de historie van de stad Roosendaal en de Norbertijnen van Tongerlo. De Norbertusklok is de laagste klok van het carillon dat in 1966 door Petit en Fritsen gegoten werd.

Oorlogen overleefd
Daarnaast hangen er in de St Janstoren 2 luidklokken die alle oorlogen overleefd hebben. De klok ‘Salvator’ van 650 à 700 kg met toonhoogte g1, die in 1640 door Martin Marchal is gegoten, en de klok ‘Johannes de Doper’ met een gewicht van 400 à 430 kg en toonhoogte bes1, die in 1635 door Antoine Coubillot is gemaakt. Zij waren gevorderd en gemerkt als monument. Ze keerden na de oorlog weer terug in de toren.